stud stud stud stud stud

Pers / Media 

 

Mascha is een grote twijfelaar. Hoe exemplarisch is haar twijfel voor de tijd waarin wij leven?

Mascha is een vrouw die werkt en kinderen heeft en tegelijkertijd niet zeker weet of ze wel de goede keuzes maakt. Ze leeft nog steeds min of meer het leven van een student maar nu met een gezin erbij. Het is allemaal ongericht en vol. Volgens mij is dat heel sterk de tijdgeest van mijn generatie. Vroeger ging je studeren en als dat klaar was ging je over naar de volgende fase: werken en kinderen krijgen. Tegenwoordig blijft dat allemaal door elkaar lopen. We nemen onze baby’s mee naar het café en halen nog steeds wel eens een nacht door met vrienden en veel drank.

We hebben er steeds meer moeite mee om toegewijd te zijn. We denken niet snel: dit is mijn keuze, dit doe ik en dit wil ik volhouden tot het uiterste. Ik twijfel zelf ook over van alles, al heb ik het geluk dat ik heel zeker weet dat ik wil schrijven. Over de opvoeding van mijn kinderen twijfel ik veel. Het ene moment denk ik: ‘ik doe het zo’ en het andere moment doe ik dan toch weer zus. Net zoals veel mensen met banen aan het schipperen en shoppen zijn. Misschien is dat wel een teken van welvaart. Als er geen noodzaak is, kunnen mensen blijkbaar moeilijk zoveel toewijding opbrengen.

Het moederschap valt Mascha af en toe zwaar en daar voelt ze zich schuldig over. Zo vraagt ze zich af waarom zij niet, zoals de andere moeders, kan genieten van het samen cakejes bakken met haar kinderen. Waar komt dat schuldgevoel vandaan?

Sommige vrouwen vinden het een groot plezier om een kinderfeestje te organiseren, originele traktaties te bedenken en alles zo mooi mogelijk te versieren. Ik heb het idee dat de moeders bij wie die interesse niet zo ligt, zich steeds vergelijken met dat soort moeders en zich dan vaak tekort voelen schieten.

Als je een praktisch beroep hebt, trek je aan het eind van de dag de deur dicht en is je hoofd in principe vrij voor je kinderen, maar mensen die een intellectueel of artistiek beroep hebben zitten vaak in hun eigen gedachten en een kind kan daar enorm doorheen fietsen. Ik kan heel goed opgaan in kleien of hutten bouwen met mijn kinderen, maar ik moet me wel voornemen om dat te doen, en niet tegelijkertijd bijvoorbeeld nog iets willen lezen. Ik zet mijn telefoon vaak speciaal uit als ik met mijn kinderen bezig ben.

 

De invloed van de nieuwe media op ons leven speelt een grote rol in je boek. Wat fascineert jou daar aan?

Tijdens het chatten met verschillende mensen merkte ik dat je heel erg jouw sfeer op het gesprek kunt projecteren en dat je het gevoel kunt hebben dat je een enorme klik met iemand hebt, terwijl je eigenlijk helemaal niet weet of dat echt zo is. Zelfs met vrienden had ik wel eens misverstanden. Dan zat ik bijvoorbeeld enorm om iets te lachen, wat die ander helemaal niet als grap had bedoeld.

Het leek mij leuk om te schrijven over een personage dat op Facebook flirt met een man die ze niet kent. Mensen worden vaak onlineverliefd, maar dat is voor een groot deel gebaseerd op projectie: een eigen invulling van hoe zij denken hoe het kan zijn. In werkelijkheid bestaat verliefdheid natuurlijk ook deels uit projectie, maar deze wordt in de social media uitvergroot door de fysieke afwezigheid van de ander. Je ziet niet eens een blik, dus je kan niet weten hoe die ander echt reageert. Daarom geloof ik dat je jezelf voor de gek houdt als je denkt iemand te kennen met wie je alleen via internet contact hebt.

 

Hoe kijk jij als filosoof tegen deze media aan?

In mijn roman laat ik het personage Tom in navolging van Heidegger zeggen dat het explosieve gebruik van de nieuwe media staat voor een vlucht van onze eigen kwetsbaarheid en sterfelijkheid. Aan de andere kant zag Heidegger het ontdekken van nieuwe technologie als een vorm van vrijheid. Het is nooit eenduidig bij hem. Ik vraag me af of de media ons echt dienen, of ze een gemak zijn of een hindernis en of ze verslavend zijn. Deze media veranderen onze beleving van tijd en plaats en ik vind het opvallend dat de meeste mensen er gebruik van maken zonder vragen te stellen. Ze doen het omdat het kan. Ik vind het lastig om duidelijk stelling te nemen, omdat het nieuw is en het nieuwe ook vaak ten onrechte wantrouwen opwekt, maar ik vind het beslist zinnig om er over na te denken.

 

Hoe ga jij zelf met die media om?

Veel mensen zijn verslaafd aan hun telefoon. Je hoeft je in een gesprek maar even om te draaien of ze kijken op hun mobiel. Dat heb ik gelukkig niet, maar ik heb wel last van mijn computer. Vroeger had je een pen en papier en dat was het. Nu is je computer een toegang tot eindeloze communicatie. Wanneer ik schrijf en even zit na te denken, vind ik het moeilijk om niet mijn mail te gaan checken of even op Facebook te kijken. Dat doe ik te vaak en dan lees ik bijvoorbeeld opeens een mail van mijn accountant waar ik toch weer over ga nadenken. Als ik geconcentreerd wil werken, ga ik offline.

 

Helden en antihelden’ is het thema van dit nummer. Wie zijn jouw literaire (anti)helden?

Virginia Woolf en Franz Kafka inspireren mij. Alles wat ik van Woolf heb gelezen vind ik briljant: haar manier van schrijven en denken, haar geestigheid en haar taalgevoel. Ze had geen gemakkelijk leven en zat zichzelf behoorlijk dwars, maar dat wist ze te sublimeren in haar werk, net zoals Kafka, die moeite had met de kleinste dagelijkse dingen, maar daar wel fantastisch over kon schrijven. Zijn personages denken dat ze iets op een bepaalde manier gaan doen en gaan dan toch weer twijfelen of ze het niet beter anders kunnen doen. Die twijfel heeft prachtige kunst opgeleverd. Woolf en Kafka zijn als personen antihelden, maar als schrijvers grote helden.

c. Manon Duintjer